De gemeenteraad keurde op 9 december 2019 een belastingreglement goed inzake ontgravingen. Dit reglement loopt af op 31 december 2025. In het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen, goedgekeurd op 1 juli 2024, werd bepaald dat de ontgraving van een stoffelijk overschot uit een graf in volle grond voortaan wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde firma, aangesteld door het gemeentebestuur. De kosten hiervan worden rechtstreeks gefactureerd aan de betrokken familie of aanvragers. Omdat de gemeente voordien deze werken zelf uitvoerde, is het noodzakelijk de bestaande tarieven aan te passen. Voor de ontgraving van urnen blijft de uitvoering gebeuren door de gemeentelijke dienst begraafplaatsen.
Het gemeentebestuur wil particuliere aanvragen tot ontgraving niet verbieden, maar wel omwille van hygiënische en praktische redenen beperken en reguleren. De ontgraving van een stoffelijk overschot brengt specifieke gezondheidsrisico’s en technische vereisten met zich mee en wordt daarom uitsluitend uitgevoerd door een gespecialiseerde firma. De kostprijs hiervan wordt rechtstreeks geregeld met de betrokkenen.
Ontgravingen van urnen worden door de gemeentelijke dienst begraafplaatsen uitgevoerd. Omdat de aard, de werklast en de kosten sterk verschillen tussen een stoffelijk overschot en een urne, worden aangepaste tarieven vastgelegd. Deze tarieven hebben enkel betrekking op bijkomende, facultatieve dienstverlening en doen geen afbreuk aan de wettelijk kosteloze opdracht van de algemene lijkbezorging, noch aan het gelijkheidsbeginsel.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan de aanvrager van de ontgraving, rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Vanaf aanslagjaar 2027 wordt het belastingbedrag jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de gezondheidsindex van oktober van het voorafgaande jaar en de beginindex van oktober 2025.
De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, meer bepaald:
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het Decreet van 3 mei 2024 (BS 31 mei 2024) tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 16 januari 2004, en latere wijzigingen.
Het Besluit van de Vlaamse regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
Het gemeentelijk reglement op de begraafplaats goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 juni 2024, met uitvoeringsdatum vanaf 1 juli 2024.
De belastbare grondslag
De gemeente heft een belasting op het ontgraven van stoffelijke overschotten.
De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door diegene die de machtiging tot ontgraven vraagt.
Tarief en berekeningswijze
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
| 1. Per ontgraving van stoffelijke resten uit een graf: | 200,00 euro |
| 2. Per ontgraving van een urne: | 120,00 euro |
| 3. Per ontgraving van stoffelijke resten uit een graf op de kinderbegraafplaats: | 100,00 euro |
| 4. Per ontgraving van een urne op de kinderbegraafplaats: | 60,00 euro |
Jaarlijkse indexering
De tarieven vermeld in artikel 4 worden met ingang van het aanslagjaar 2027 jaarlijks op 1 januari aangepast aan de gezondheidsindex (basis 2013), volgens de formule:
(R x I)/ i
waarbij:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een geheel getal.
Vrijstellingen of verminderingen
| Worden vrijgesteld van de belasting: | |||
| 1. De ontgraving die op bevel van de rechterlijke overheid uitgevoerd worden; | |||
| 2. De ontgravingen naar aanleiding van een bestemmingsverandering van de gemeentelijke begraafplaats; | |||
| 3. De ontgravingen naar aanleiding van infrastructuurwerken op de gemeentelijke begraafplaats. | |||
Wijze van inning
De belasting wordt zonder uitstel betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Bezwaarmogelijkheden
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op het verzoek tot contante betaling.
Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Melding aan de toezichthoudende overheid
Overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.